Er zijn twee manieren van vloerverwarming. Het traditionele systeem is een systeem dat wordt aangesloten op de CV. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om elektrische vloerverwarming te nemen. Beide mogelijkheden hebben zo zijn voordelen. In de regel geldt dat elektrische vloerverwarming meer past bij de kleinere ruimtes. Vloerverwarming is prima zelf te leggen. Bij vloerverwarming op basis van water (het conventionele vloerverwarmings systeem) wordt de vloer voorzien van leidingen waar doorheen warm water gevoerd wordt. Voordeel van dit systeem is de aansluiting op de bestaande verwarmingsinstallatie. Een nadeel kan zijn de opbouwhoogte. Immers, door het leggen van de leidingen komt de vloer aanzienlijk hoger te liggen. Infrezen is mogelijk, echter niet in alle situaties.
Het legpatroon speelt een grote rol op het gebied van efficiënte warmteverdeling. De verwarming kan het beste in lussen worden gelegd. Hoe kleiner de afstand tussen de lussen, hoe groter het vermogen. Maar er is meer om rekening mee te houden. Zo zal op plaatsen waar meer warmteverlies is – in de buurt van ramen en de buitenmuur – de onderlinge afstand tussen de lussen kleiner moeten zijn om het warmteverlies te compenseren. In het zogenaamde leefgebied en langs een binnenmuur mag er juist weer wat meer ruimte tussen zitten.
Maakt u bij elektrische vloerverwarming gebruik van een nachtstroom tarief dan is dit een goede optie. Lage stroomkosten. Nadeel: Lange opwarmtijd. Dus moeilijk te regelen. Daarom altijd constante vloertemperatuur.
Alleen elektrische vloerverwarming kan ook direkt onder een plavuizen vloer of
onder een dunne afwerklaag worden gelegd. Dit geeft snel warmte af en is goed te regelen. De vloer wordt er nauwelijks dikker van. Een nachtstroom tarief heeft hier iets minder nut, maar omdat nachtstroomtarieven wèl het hele weekend lang gelden is het toch de moeite van het overwegen waard.
Een wezenlijk verschil tussen elektrische vloerverwarming en vloerverwarming op de CV ketel is dat bij de laatste de temperatuur van de vloer niet of nauwelijks te regelen is. Dit komt omdat het water altijd met dezelfde temperatuur, meestal 40-45 graden, de vloer in wordt gepompt. daardoor wordt gedurende een groot gedeelte van het stookseizoen, wanneer het buiten niet zo koud is, de vloer eigenlijk veel te warm. Met elektrische vloerverwarming kun je juist de temperatuur van de vloer zelf heel nauwkeurig regelen. Zo zal bij een buitentemperatuur van zo'n 15 graden een constante vloertemperatuur van zo'n 23 graden precies aangenaam zijn. De kamer blijft dan door het geringe warmteverlies naar buiten op 21 graden en de vloer voelt ook aangenaam aan.
Ja ! Dankzij de verminderde luchtcirculatie heb je inderdaad minder schilderbeurten.
Het lastige poetsen van radiatoren of van stoffige convectorputten behoort definitief tot het verleden. Wanneer de vloer met water gepoetst wordt is hij ook sneller droog.
Ja, vloerverwarming is ongetwijfeld plaatsbesparend. Je verliest geen wandoppervlakken door hinderlijke en stoffige radiatoren. Je plaatst en verplaatst je meubilair waar en wanneer je maar wil. Ramen tot op de grond, schuine daken, je kan je creativiteit de vrije loop laten.
Ja ! In de zomer is het inderdaad mogelijk om koud water door de vloerverwarmingsbuizen te sturen. (vb. met een warmtepomp) Op die manier bereik je een aangenaam maar niet overdreven koeleffect in huis. En volledig geluidloos !
Met tegels of natuursteen kan het grootste koeleffect worden bekomen.
Nee ! Ten onrechte wordt er beweerd dat vloerverwarming spataders, gezwollen benen en voeten zou veroorzaken. We vermoeden, alhoewel er nooit een oorzakelijk verband werd aangetoond, dat deze verhalen afkomstig zijn uit de tijd dat vloerverwarming nog op hoge temperatuur werkte. Zo'n 40 tot 50 jaar geleden, toen de gebouwen nog niet geïsoleerd werden.
Zeker is echter wel dat vloerverwarming die op lage temperatuur werkt geen vaatziekten of andere problemen veroorzaakt.
Ja ! Vloerverwarming is het enige verwarmingssysteem waarbij praktisch geen stof wordt opgewerveld. Bij radiatoren en convectoren circuleert er permanent stof in het lokaal. Dit stof bevat de allergische stoffen die dan via de ademhaling in het lichaam geraken.
Vloerverwarming werkt op lage temperatuur en geeft warmte af door straling.
Bij radiatoren en convectoren wordt de lucht fel opgewarmd en dus "gedroogd".
Bij vloerverwarming is de luchtvochtigheid meestal hoger, wat aangenamer is voor de luchtwegen.
1. De kamertemperatuur is lager: in een lokaal met vloerverwarming heb je het al lekker warm bij een temperatuur van 18°C, terwijl je om hetzelfde gevoel te krijgen met een radiatorverwarming bijna 22°C nodig hebt.
Het comfortgevoel wordt bepaald door de luchttemperatuur en de gemiddelde temperatuur van alle vlakken die je omringen. Met vloerverwarming heb je een groot, warm oppervlak onder je en deze gemiddelde temperatuur is dus hoog.
Stel je een volledig betegelde badkamer voor en één volledig bekleed met kurk. Waar zal je het warmste gevoel krijgen ? Natuurlijk in die met kurk.
Hoe hoger de luchttemperatuur, hoe meer energie je verbruikt.
Elke graad lagere kamertemperatuur levert een besparing op van ongeveer 6%.
2. De temperatuur van de ketel of van de warmtepomp is laag: hoe lager de temperatuur van het verwarmingswater, hoe hoger het rendement en hoe lager de verliezen van de stookketel of de warmtepomp. Ook hierdoor wordt een flinke besparing gerealiseerd.
3. Extra besparing in lokalen die "hoog" zijn: mezzanines, lokalen open tot in de nok, e.d.: de warmte blijft beneden waar je ze nodig hebt! Bij een radiatorenverwarming stijgt de warme lucht, zodat de temperatuur ter hoogte van het plafond of de nok zeer hoog wordt en voor extra warmteverlies zorgt.
Ja en nee ! Vaak denkt men dat vloerverwarming veel duurder is dan radiatoren. Dit is niet het geval. Bij de kostenvergelijking spelen vele factoren een rol.
Voorbeelden:
- indien de temperatuur van het verwarmingswater hoog wordt gekozen dan zullen de radiatoren wel kleiner en goedkoper zijn, maar je zal ook heel wat meer verbruiken !
- indien je rekening houdt met de plaats en de grootte van de radiatoren, dan blijkt vaak een groter bouwoppervlak of een andere indeling noodzakelijk te zijn.
In het algemeen kan men stellen dat vloerverwarming bij de investering ca. 15 % duurder is dan radiatoren. Hou je echter rekening met het lagere verbruik, het hogere comfort, de plaatsbesparing en de waardevermeerdering van uw gebouw, dan is vloerverwarming op lange termijn veel voordeliger dan radiatoren.
Nee ! Men denkt vaak dat men kosten spaart door radiatoren te voorzien op de verdieping.
Dit is echter niet het geval. Bovendien heb je dan 2 systemen: één op lage en één op hoge temperatuur waardoor de regelapparatuur natuurlijk complexer en duurder is. Het lager verbruik dat je zou hebben dankzij een algemeen lagere keteltemperatuur wordt dan helaas ook teniet gedaan.
Bij het nat systeem worden de vloerverwarmingsbuizen in de chape gegoten. Dit systeem wordt al meer dan 30 jaar toegepast en heeft zijn kwaliteit bewezen. Het is goedkoop en makkelijk te leggen.
Het droge systeem wordt vooral toegepast bij renovatieprojecten. Bijvoorbeeld op houten vloeren die niet het gewicht van een chape kunnen dragen.
De vloerisolatie komt altijd direct onder de vloerverwarmingsbuizen te zitten, dus niet onder de betonplaat. Vele isolatiematerialen zijn hiervoor geschikt. Ook gespoten PU-schuim behoort tot de mogelijkheden.
Bij het natte systeem wordt er een normale chape gegoten. Meestal wordt er een product aan toegevoegd dat de mechanische eigenschappen van de chape verbeterd.
Voor de isolatie, de vloerverwarming en de chape heb je minstens 12 cm nodig + de dikte van de gekozen vloerbekleding. Wanneer je deze hoogte niet hebt voorzien, dan hebben we echter nog enkele speciale oplossingen daarvoor.
De warmteweerstand mag echter niet meer dan 0.15 m² K/W bedragen. (vb. tapijt van meer dan 1 cm dik ) De leverancier van de vloerbekleding kan je heel precies zeggen wat de warmteweerstand van zijn materiaal is.
De meeste houtsoorten zijn geschikt voor vloerverwarming. Sommige hebben echter een grote uitzetting en krimp (vb. Canadese ahorn en beuk) waardoor tijdens de verwarmingsperiode tijdelijke spleetjes kunnen optreden. De leverancier van uw parket zal u over de geschikte houtsoorten graag adviseren en u de nodige garanties geven.
Nee, want onder deze elementen kan de vloerverwarming weinig warmte afgeven. Onder elementen waarvan men niet echt zeker is of ze ooit eens zullen verplaatst (bij wisseling van eigenaar of huurder) wordt echter wel vloerverwarming voorzien. (vb. wandkasten in living)
Vaak wordt beweerd dat men extra uitzetvoegen moet voorzien bij vloerverwarming. Dit is niet zo. Ook wanneer er geen vloerverwarming ligt zijn er uitzetvoegen nodig wanneer chape-oppervlakken groter zijn dan 40 m², langer zijn dan 8 m of van richting veranderen. Het voegenplan wordt samen met de architect, de bouwheer en de carreleur opgemaakt. Bij het plaatsen van de vloerverwarming moet er met deze uitzetvoegen rekening gehouden worden.
Wanneer een verwarmingsinstallatie met water gevuld wordt, dan bevat dit water veel zuurstof. Deze zuurstof zal metalen onderdelen in de installatie doen roesten. Dit roesten is slechts heel weinig en stopt van zodra de zuurstof in het water is opgebruikt.
Kunststofbuizen zijn waterdicht, maar niet luchtdicht. Omdat er in de buizen water zit dat praktisch geen zuurstof meer bevat zal de zuurstof die in de lucht zit rond de buizen (ook al zijn ze in de chape gegoten) maar al te graag door de wand van de buis naar het water gaan.Dit fenomeen noemt men zuurstofdiffusie.
Langsheen de wanden van de buizen komt er in het verwarmingswater dus permanent nieuwe zuurstof die permanente corrosie en grote schade veroorzaakt.
Onze vloerverwarmingsbuizen zijn uit cross-linked polyethyleen van de hoogste kwaliteit en hebben een speciale beschermlaag tegen zuurstofdiffusie. Ze kunnen overal probleemloos en zonder gevaar voor corrosie gebruikt worden.
Een elektronische regelaar meet permanent de buitentemperatuur. Hoe kouder het buiten is, hoe hoger de temperatuur van het water is dat door de vloerverwarmingsbuizen stroomt. Zo geeft de vloer dus altijd de juiste hoeveelheid warmte af om binnen een constante temperatuur te bekomen.
In een moderne, geïsoleerde woning wordt de vloer tijdens het verwarmingsseizoen gemiddeld 22 tot 23°C warm. Tijdens koude winterdagen kan deze temperatuur tot 25 à 26°C oplopen.
In oudere woningen is een maximale vloertemperatuur van 29°C voldoende om het gewenste comfort te verkrijgen.
Afhankelijk van de hoeveelheid zon en de hoeveelheid hout in de haard, zal de omgevingstemperatuur natuurlijk wel stijgen. De warmte die de vloer afgeeft hangt enkel en alleen af van het verschil tussen de vloertemperatuur en de omgevingstemperatuur.
Als de omgevingstemperatuur stijgt geeft de vloer onmiddellijk minder warmte af en zal je minder verbruiken. Wanneer de omgevingstemperatuur 1°C stijgt, dan geeft de vloerverwarming gemiddeld 20 tot 30% minder warmte af. Dit noemt men het zelfregelend effect van vloerverwarming.
In de lokalen waar op datzelfde moment de zon niet binnenschijnt, blijft de vloerverwarming gewoon zijn normale warmte afgeven. (een kamerthermostaat in de living zou de warmtetoevoer in deze lokalen gewoon stoppen!)
Als de buitentemperatuur gedurende enkele uren gevoelig daalt, dan blijft de temperatuur in huis quasi constant. Dit komt door de goede isolatie van je woning. De vloerverwarming heeft dus ruimschoots de tijd om te reageren.
Het natte systeem heeft een iets langere reactietijd dan het droge systeem omdat de chape als een soort buffer dient. Bij een 68mm dikke chape van heeft men een gemiddelde reactietijd van 15 min per °C. Bij het droge systeem gaat het iets sneller.
Als je overdag de vloerverwarming uitschakelt, als je bv. uit werken bent, dan duurt het niet lang vooraleer de normale omgevingstemperatuur weer bereikt is. Het automatische regelsysteem zet de vloerverwarming precies op tijd weer aan.
Ja ! Dit is zonder probleem mogelijk. Als de oude installatie op hoge temperatuur werkt, dan zorgt een mengkraan ervoor dat de temperatuur van het water naar de vloerverwarming verlaagd word. Meestal is ook nog een evenwichtsfles nodig om hydraulisch alles perfect te laten werken.
Warmtepompen en zonnecollectoren leveren veel warmte maar wel op lage temperatuur. Radiatoren en convectoren die gevoed worden met water van 30°C geven praktisch geen warmte meer af; zij hebben veel hogere temperaturen nodig.
Vloer- en wandverwarming werken wel met lage temperaturen, zodat zij bijzonder geschikt zijn voor deze alternatieve energiebronnen.